Werknemers in Belgische bedrijven zijn minder tevreden over de werking van de ondernemingsraad (OR), het comité voor preventie en bescherming op het werk (CPBW) en de syndicale delegatie in vergelijking met vier jaar geleden. Diezelfde werknemers zijn nu ook duidelijk minder tevreden over hun globale mogelijkheden om te participeren of hun mening te geven in het bedrijf waar ze werken. Een belangrijke verklaring voor deze evolutie is wellicht te vinden in de moeilijkere economische omstandigheden waarin de bedrijven zich bevinden.
Globaal genomen zijn werknemers meer tevreden over hun inspraak of participatiemogelijkheden in bedrijven waar het economisch goed gaat. Vakbonden blijven globaal genomen over een redelijk draagvlak beschikken bij de werknemers in bedrijven waar ze actief zijn. Daartegenover staat dat er indicaties zijn dat dit draagvlak licht afbrokkelt.
Naar aanleiding van de nakende sociale verkiezingen onderzocht Randstad voor de derde keer hoe de werknemers in de Belgische bedrijven participeren in hun bedrijf. Daarbij gaat uiteraard veel aandacht naar de formele participatiekanalen zoals de OR, de CPBW en de syndicale delegatie. Hiervoor werden door het onderzoeksbureau ICMA eind vorig jaar en begin dit jaar 3 000 respondenten online bevraagd. Uit de Randstadstudie blijkt duidelijk dat werknemers in 2012 minder tevreden zijn dan in 2008. Ze zijn vooreerst minder tevreden over hun globale mogelijkheid om te participeren in het bedrijf waar ze werken. In 2008 gaven ze nog een gemiddelde score van 6,5, nu nog 6,1 (op 10). Ze zijn ook minder tevreden over de werking van de OR, CPBW en de syndicale delegatie. OR en CPBW halen nog een score van 5,9, de syndicale delegatie komt niet verder dan 5,7. Ook vakbondsleden zijn minder tevreden dan in 2008. Een belangrijke reden voor deze mindere tevredenheid is wellicht de huidige economische recessie waarin de bedrijven zich bevinden. Uit het onderzoek blijkt namelijk heel duidelijk dat als een bedrijf het economisch goed doet werknemers gemiddeld ook meer tevreden zijn over hun participatiemogelijkheden.
Deze eerder lage evaluatiescores betekenen dan weer niet dat werknemers deze participatiemethodes willen afschaffen. Een verpletterende meerderheid (meer dan 90%) van de werknemers is van mening dat een OR noodzakelijk is, zelfs in kleinere bedrijven (met minder dan 100 werknemers). Zelfs bij de werknemers uit heel kleine bedrijven (20-50 werknemers) is er nog een meerderheid van 60%.
Uit het Randstadonderzoek blijkt ook dat de vakbonden in de ondernemingen waar ze actief zijn over een redelijk draagvlak blijven beschikken. Meer dan 70% van de werknemers is van mening dat vakbonden zich realistisch opstellen, problemen proberen op te lossen en veel overleg plegen met het management. 77% is van mening dat er sprake is van wederzijds respect tussen vakbond en management. Daartegenover zijn er indicaties dat dit draagvlak hier en daar afbrokkelt. Het meest onrustwekkende is het aandeel werknemers dat zich sterk betrokken voelt bij de vakbond. Vier jaar geleden was dit nog 62%, nu daalt dit naar 44%. Bij niet-vakbondsleden is dit trouwens maar 33%.
De volledige arbeidsmarktstudie en de powerpoint vindt u terug op volgende link: http://www.randstad.be/nl/over-randstad/pers-communicatie/persartikels/detail?n=51ccba9c-e973-4109-b740-58b05d40ab1b